‘Vroeger was de Dance-industrie blij …’

Denis Doeland schreef rond de Amsterdam Dance Event op zijn blog over het businessmodel van de Dance.


Enige tijd geleden had ik een moment dat ik met weemoed terug dacht aan de tijd dat we bij ID&T nog volop compilaties maakten. Zo begin jaren negentig tot eind jaren negentig/begin tweeduizend. In die tijd waren we heel druk bezig met het vergaren van non-exclusieve licenties. De kalender stond bij wijze van spreken voller met compilatie releases dan met single- of album- releases in een jaar. Keer op keer werden er bij ID&T nieuwe compilatie-concepten gecreeerd en weer vol gezet met de laatste dansvloer deuntjes.

In de tijd dat ik voor het label Combined Forces Records werkzaam was hadden we zelfs onze strategie daar op afgestemd. Elke maand stuurden we iedereen, die zich met het maken van CD-compilaties bezig hield, een CD-sampler met daarop de laatste vinyl releases a-, b- en/of -c kanten. Tracks van zowel nieuwe artiesten en/of reeds bestaande artiesten. Vaste prik elke derde week van de maand. Het maakte niet uit, zo lang er maar een licentie-aanvraag voor een van de tracks binnen kwam. Dit was een belangrijke bron van inkomsten destijds.

Vinyl releases deden in die tijd gemiddeld 1.000 tot 1.500 stuks per release en bij uitzondering had men een klapper die er 5 a 10 (met uitschieters naar 10 tot 20) duizend verkocht. Dan kreeg men een aanvraag voor exclusieve licentie voor een gebied. Er werden lokaal nog een paar duizend geperst of er werd een CD-single uitgebracht met videoclip en vervolgens zorgde dat weer voor compilatie-inkomsten in het desbetreffende gebied.

Aan catalogus-exploitatie werd eigenlijk amper gedaan. Met 20% van de catalogus werd 80% van de omzet gemaakt. Continue werden er alleen maar nieuwe titels uitgebracht en die maakten de omzet voor een Dance-label. Incidenteel werd een titel re-released met nieuwe remixen en incidenteel werden licenties gegeven voor tracks die uit de rest van de 80% (ook wel ‘dode catalogus’ genoemd) kwamen.

Van de meeste Dance-labels heb ik begrepen dat het overgrote deel van de inkomsten inmiddels verschoven is naar digitale verkopen via downloadwinkels. Toen ik daaraan dacht viel me iets opvallends op in vergelijking met ‘vroeger’ en het digitale tijdperk waar we nu in zitten. Namelijk de hoogte van de inkomsten waarmee Dance-labels genoegen namen en het grote verschil in de economische waarde van het auteursrecht en de master. Een en ander heb ik uiteengezet in een tabel hieronder.

De getallen zijn gebaseerd op gemiddelden (opmerking: STEMRA tarief voor fysieke exemplaren is uit de jaren ‘90, dit is anno 2009 lager). Over de exacte hoogte verschilt een ieder binnen de Dance-industrie van mening, maar neem van mij aan door de band genomen komen de meeste aannamen dicht bij de werkelijkheid. Het verschil in de hoogte van de getallen heeft voor de conclusie weinig tot geen invloed.

De economische waarde door de transitie van het fysieke naar digitale tijdperk voor de master is met een factor van bijna 4 groter geworden en de economische waarde van het auteursrecht is met een factor van ongeveer 1,5 toegenomen. Dit is uiterst opmerkelijk. In de jaren ’90 waren de Dance-labels klaarblijkelijk tevreden met een lagere afrekening voor de rechten door de grotere aantallen die er verkocht werden. Dance-labels waren blijkbaar blij met 5 a 6 Eurocent per verkochte compilatie. Tevens is het uiterst opmerkelijk om te concluderen de vergoedingen die worden betaald voor de master 2 tot 5 keer zo hoog liggen als vergoeding voor het auteursrecht.

De Dance-industrie in het ‘fysieke tijdperk’ was eigenlijk een ‘compilatie-driven business’. Er werd kennelijk een soort verzamelvergoeding betaald voor compilaties. Naar rato van het aantal tracks en populariteit werd er afgerekend. Populaire tracks ontvingen hogere royalty-percentages dan de minder populaire tracks en naar mate van het succes van de verkoop van de compilatie kwamen de vergoedingen binnen. De ene compilatie deed het immers beter dan de andere.

De cijfers en bovenstaand verhaal zetten je aan het denken. Klopt het business model van Dance-industrie nog wel? Is ‘pay-per-unit’ niet achterhaald in de Dance-industrie? Ook anderen hebben het hier al lange tijd over. Bijvoorbeeld Gerd Leonhard – http://www.mediafuturist.com – is zo iemand. Leonhard roept al een aantal jaar dat het businessmodel van de muziekindustrie voor online exploitatie achterhaald is en dat zij dient te kijken naar een model zoals gebruik voor de rechten op radio of televisie. ‘Pay-per-use’ kun je dit ook wel noemen.

De oplossing? Die is niet eenvoudig. Het speelveld verandert dagelijks en illegale downloads (onlangs nog 90% van het totaal downloads in Nederland) voeren de boventoon. Het grote probleem ligt bij alle partijen die vanuit de verouderde incassostructuren denken en opereren, zonder na te denken over een nieuw businessmodel. De ‘territoriale restricties’ problematiek waar ik onlangs over schreef is daar een duidelijk voorbeeld van.

Het is dan ook geen wonder dat sommige Dance-labels in Nederland op sterven na dood zijn. De reden: een chronisch gebrek aan lef. Waar het de Dance-labels aan ontbreekt, is de moed het roer om te gooien. Het huis staat in brand, het springkussen dat ‘pay-per-use of verzamelvergoeding’ heet, ligt voor de deur, maar men durft simpelweg de sprong niet te wagen – zelfs niet gezamenlijk. Liever blijft men in de vuurzee zitten met een natte doek op het hoofd waarop met grote letters ‘minimum vergoeding en alleen verkopen in de Benelux’ staat, zo lijkt het wel.

De huidige technologie maakt ontzettend veel mogelijk, alleen dient het gehele incasso/verdeel-systeem ter discussie gesteld te worden. Neem een voorbeeld aan de groep Radio Head, die de downloader zelf liet bepalen wat hij/zij de muziek waard vond. Geloof mij dat het de band per saldo per liedje meer heeft opgeleverd dan dat ze afgerekend hebben gekregen dan de royalties die ze per liedje ontvingen toen EMI de platen fysiek uitbracht, laat staan de exposure die het ze heeft opgeleverd waardoor ze tot in lengte van dagen kunnen blijven optreden.

Werken vanuit een nieuw businessmodel levert meer op dan de catalogi nu te laten verpieteren. Immers wordt nu 90% van die catalogus gratis gedownload via de illegale netwerken en levert dus geen geld op voor de artiesten, auteurs, componisten, muziekuitgevers en labels. Vijf jaar geleden was de Dance-industrie koploper door te stellen dat DRM geen toegevoegde waarde voor de eindgebruiker had en een kansloze zaak was. Hopelijk is de Dance-industrie nu weer in staat zo progressief te handelen als zij destijds ook deedIk nodig de Dance-industrie uit om tijdens het ADE of gewoon ten kantore van ID&T/Q-dance/Dance-Tunes van gedachten te wisselen over een nieuw businessmodel op basis van ‘pay-per-use of een verzamelvergoeding’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s